Een moeder en haar 9-jarige dochter uit Deventer bevinden zich in een benarde situatie nadat een aanzienlijke hoeveelheid drugs werd aangetroffen in hun huurwoning. De ontdekking van een halve liter GHB, bijna 40 gram wiet en hasj, en 4 gram 3MMC leidde tot juridische stappen en een dreiging van huisuitzetting door de woningcorporatie.
De burgemeester van Deventer, Ron König, besloot om de woning voor drie maanden te sluiten op basis van de Opiumwet. Na de heropening werd de moeder geconfronteerd met de eis van woningcorporatie Ieder1 om de woning te verlaten, wat resulteerde in een rechtszaak.
Ieder1 spande een kort geding aan om de ontruiming van de woning binnen een maand te bewerkstelligen, wat door de huurder en verhuurder voor de rechter werd betwist. De advocaat van de moeder en bijval van Frans Kobossen benadrukten dat hoewel de drugs illegaal zijn, de geconstateerde hoeveelheid als gebruikershoeveelheid kan worden beschouwd.
De zorgen van de woningcorporatie gingen ook uit naar de 9-jarige dochter, aangezien zij was blootgesteld aan drugsgebruik in de woning. Ieder1 benadrukte het belang van een veilige woon- en leefomgeving en wees op de verantwoordelijkheid van de moeder om een veilige omgeving te bieden aan haar kind.
De rechtszaak heeft een twee weken durende wachttijd voor de uitspraak opgeleverd. Ondanks tien jaar voorbeeldig huurderschap van de vrouw, staat de woningcorporatie op zero tolerance tegenover drugsgebruik en hanteert zij strikte maatregelen.